4289248

Mother-tongue education is a must of contemporary democracy

HDP Siirt deputy Prof. Dr. Kadri Yıldırım commented on the rejection of the first parliamentary question submitted in Kurdish and the importance of mother-tongue education with regards to the Kurdish question.

ANKARA – ANF
HDP Siirt deputy Prof. Dr. Kadri Yıldırım held a press conference at the Parliament in which he commented on the rejection of the first parliamentary question submitted in Kurdish and the importance of mother-tongue education with regards to the Kurdish question.

Yıldırım said diversities in the Turkish Republic have long been subjected to a systematic assimilation, denial and annihilation policy, due to which cruel policies primarily on Kurdish and other languages have been pursued for years now.

Drawing attention to the importance of mother-tongue education for the Kurds, Yıldırım said “Even if you take the most progressive steps for the Kurds, yet they will have no meaning unless education in mother tongue is ensured”.

‘A TOTAL SHAME’

According to Yıldırım, those talking about the ‘fraternity of a thousand years’ will now prove their sincerity by defending the right to education in Kurdish. He highlighted that; “When the labour and contribution of the Kurds during the founding of the country is this much obvious, today we cannot even come up with a solution to the issue of mother-tongue education, which is a purely pedagogical matter, let alone talking about self-governance. This kind of basic and legitimate demands are continuously being terrorized. The old story of ‘our religion is being lost’, which was used as a means of repression of rights in the past, is now being resumed with the story of ‘our land is being lost’. However, demands such as Kurdish education, autonomy and constitutional guarantee are a must of contemporary democracy. In this age when humans travel to space, deprival of Kurds of the right to mother-tongue education is a total shame.”

Criticising the words of Turkish President Recep Tayyip Erdoğan asking to Kurds “What do you lack?” and Turkish PM Davutoğlu’s remarks that Kurds can now lament in their mother language, Yıldırım said Erdoğan gained political benefits over the issue of Kurdish education. He also reacted to the un-assignment of Kurdish teacher candidates for school service.

‘WEBSITE OF THE PARLIAMENT SERVES IN 8 LANGUAGES EXCLUDING KURDISH’

“Do you find it conscientiously acceptable that only 12 Kurdish teachers have been assigned so far ?” asked Yıldırım and recalled that he had submitted the first parliamentary question in Kurdish at the beginning of September. He pointed out that the motion was in fact a self-defense drawing attention to the importance of education in mother tongue and the unjust treatment towards Kurdish teachers.

HDP MP remarked that the motion in Kurdish was officially received by the parliament, put in process for referral to the Ministry of Education, and even uploaded on the website of the parliament, but was later cancelled, hastily removed from the website and returned to the HDP parliamentary group once it was noticed to have been written in Kurdish on the grounds that ‘it was not understood’.

“For God’s sake, what is this rush? Does the website of the parliament, which provides service in 8 languages, have no place for the Kurdish language?”, he asked.

Mijn Koerdistan

Het Koerdisch Instituut Brussel, Jagiellonian University Krakau, Pro Humanitate en Kurdi Der werken samen aan een project rond onderwijs in moedertaal en hoe kinderen in Koerdistan daar niet van kunnen genieten. Aan het einde van het project wordt er een boek uitgebracht om kinderen bewust te maken van hun rechten om van onderwijs te kunnen genieten in hun moedertaal. Deze studiereis van 4 tot 12 april 2015 hebben we gemaakt om te ervaren hoe het eraan toe gaan in Turks Koerdistan en in welke mate de Koerdische taal daar getolereerd wordt in scholen, instellingen en het dagelijkse leven.

Zelf ben ik in Koerdistan geboren en de Koerdische taal is een rijkdom die ik al heel mijn leven in mijn hart meedraag. Geen enkele overheid of wetgeving zal mij dit ooit kunnen ontnemen. Het is de taal die mij verbindt met mijn afkomst en is een deel van mijn identiteit. Een taal is het instrument om een cultureel erfgoed levend te houden. Door de moedertaal in ere te houden, dooft de taalkundige en culturele traditie niet uit. Artikel 30 van het VN-Kinderrechtenverdrag laat er geen enkele twijfel over bestaan: een kind heeft het recht om zijn of haar moedertaal te spreken en dit recht kan niet ontzegd worden.

Diyarbakir

Het was bijna middernacht toen we aankwamen in Diyarbakir, ‘Amed’ in het Koerdisch. Het hart van Koerdistan, voor velen ook de hoofdstad van een ooit eengemaakt Koerdistan.
Samen met andere studenten uit België, Polen en Duitsland werden we ’s anderendaags ontvangen door Kurdi Der, dat is de Koerdische partner die taalcursussen organiseert in Turkije voor allen die Koerdisch willen leren. Het werd in 2006 opgericht om de Turkse assimilatie tegen te gaan. Het instituut werd tot 5 keer toe gesloten. In de Turkse wetgeving is er immers geen plaats voor dergelijke instituten waar er Koerdische taalcursussen worden gegeven. Het is een feitelijk instituut dat op elke moment kan gesloten worden. Toch proberen ze door hun bestaan druk uit oefenen en de Koerdische taal op de Turkse politieke agenda te krijgen en er een wettelijk kader voor te verkrijgen. Voor kinderen is het verboden om Koerdische taallessen te krijgen ten gevolge van de Turkse assimilatiepolitiek in Koerdistan. Laat staan dat het Koerdisch toegelaten wordt in het onderwijssysteem. Aan de universiteiten kan je wel opteren voor Koerdische studies. Toch wordt het woord ‘Koerdisch’ niet erkend. In Turkije wordt het Koerdisch gecategoriseerd onder de ‘niet-dode talen’. Koerdische ouders zijn zelf ook het slachtoffer van de Turkse politiek die wordt gevoerd rond de Koerdische taal. Vele Koerdische ouders leren bewust hun kinderen de Koerdische taal niet aan omdat het hen geen economische meerwaarde biedt.

Ferzad

“Ferzad Kemanger” is de eerste Koerdische basisschool in Diyarbakir waar kinderen naar school kunnen gaan in hun moedertaal. De school is verboden en heeft sinds haar oprichting in september 2014 een helse tocht doorstaan. Ze werd tot 4 keer toe door de politie aangevallen met traangas en afgesloten. De Koerdische leerkrachten zetten door maar een officieel statuut krijgen ze niet van de Turkse staat.

De lerarenvakbond Eğitim Sen is een belangrijke actor in heel dit gebeuren. Ze bundelen de krachten van de Koerdische leraren en oefenen druk uit. Ze steunen het Koerdisch schooltje, ze werken samen en trachten het bestaan van het schooltje te behouden. Ze blijven ijveren voor meer Koerdische basisscholen. In Suruç hebben ze ervoor gezorgd dat de kinderen in de vluchtelingenkampen kunnen genieten van onderwijs in hun moedertaal.

Ook andere instellingen in Diyarbakir gebruiken de Koerdische taal in hun dagelijks bestuur. Het stadsbestuur van Diyarbakir communiceert in het Koerdisch in plaats van enkel in het Turks. Zo worden theatervoorstellingen en muziekvoorstellingen in het Koerdisch opgevoerd. Stadsplannen en reisgidsen worden ook in het Koerdisch gedrukt. De Koerdische taal wordt er omarmt en de druk op de Turkse staat om de taal te erkennen, stijgt.

De kranten Azadiya Welat en Yeni Özgür Politika waren op de hoogte van het project en hebben interviews afgenomen en geschreven over ons project.

Suruç

Na Diyarbakir zetten we koers richting Suruç. Daar werden we ontvangen door Mustafa Can. Hij is een Koerd die al meer dan 30 jaar in Zwitserland woont maar sinds de aanvallen in Rojava door ISIS, is hij crisis coördinator voor Kobani en verblijft al enkele maanden in Suruç. Vanuit hier coördineert hij alles betreffende de ‘vluchtelingen’ uit Kobani. Tijdens zijn uiteenzetting heeft hij ons verteld wat de uitdagingen waren toen ISIS net toesloeg in Kobani en de toestroom van ‘vluchtelingen’ begon. Toch noemde hij deze Koerden uit Kobani geen vluchtelingen want ze komen ook uit Koerdistan.

In Suruç stonden in totaal 6 vluchtelingenkampen waar de vluchtelingen uit Kobani werden opgevangen. In elk kamp stonden er ook enkele tenten met stoelen, banken en borden die een school moesten voorstellen. In de buurt van de kampen was er een huis waar alle leraren tijdelijk verbleven zodat ze dagelijks les konden geven in de geïmproviseerde scholen. De kinderen kregen allemaal les in het Koerdisch. Voordien kregen ze in Rojava les in het Arabisch. De scholen staan er dankzij het werk van de lerarenvakbond en andere organisaties die vrijwillig helpen door bijvoorbeeld schoolboeken en ander materiaal te voorzien. Het Koerdisch Instituut Brussel heeft ook haar steentje bijgedragen en heeft schoolmateriaal gekocht en gedoneerd aan het lerarenhuis.

susrc kinderen copie

We hebben het kamp ‘Arin Mirkan’ bezocht. Deze is genoemd naar de strijdster die tijdens de gevechten in Kobani tegen ISIS haar leven heeft opgeofferd voor haar Vaderland. In het kamp zelf hoorde ik de kinderen regelmatig “Biji berxwedana YPG/ YPJ” (“leve de strijders van de YPG/YPJ”) en “Şehid Namirin” (“Martelaren sterven niet”) roepen. Arin Mirkan zelf zat overduidelijk in de harten van de vluchtelingen. De kinderen krijgen ondanks alle problemen les. Ze gaven ons een rondleiding in het kamp en ze vertelde mij dat ze het heel fijn vonden dat ze in het kamp naar school kunnen gaan. Ze vertelde dat ze de school heel leuk vinden omdat het hun gedachten wat verzet van alle tegenslagen. In het kamp “Arin Mirkan” stonden 3 witte tenten met banken en schrijfborden die de school moesten voorstellen. Omdat het heel warm is dezer dagen, krijgen de kinderen buiten les onder de Koerdische zon. Vóór de opbouw van de schooltenten mochten de kinderen van het kamp zelf aan de binnenkant van de tenten tekeningen maken om het wat speelser en levendiger te maken zoals in een echte klas. Naast gewone lesuren worden er ook andere activiteiten gedaan met de kinderen zoals schminken, zingen en sporten. Tijdens ons bezoek hebben ze enkele zeer mooie liedjes gezongen.

Aan het begin van de aanvallen in Kobani, verbleven er 120.000 ‘vluchtelingen’ in Suruç. Sinds de bevrijding van Kobani door de YPG en YPJ, zijn de ‘vluchtelingen’ nu stilletjes aan het terugkeren. Er zijn nog steeds mensen aanwezig in de kampen die niet kunnen teruggaan en nog steeds noodzakelijke hulp nodig hebben. Alle hulp is dus nog steeds welkom!

Mardin

In Mardin hebben we Mardin Artuklu Universitesi bezocht. Daar werden we ontvangen door het hoofd van het departement voor Koerdische studies, 3 Koerdische professoren en de verantwoordelijke voor het Erasmus+ project. De professoren vertelde ons met veel passie over de inhoud van hun vakken die ze doceren aan de universiteit. Ook hebben we een rondleiding gekregen op de universiteit en hebben bij afloop een zak met heel wat Koerdische boeken als cadeau gekregen. Nadien hebben we het stadhuis van Mardin bezocht. We werden ontvangen door Februniye Akyol. Ze is samen met Ahmet Türk co-burgemeester van Mardin. Ze heeft verteld over de werking van het stadsbestuur en andere verbonden vrijwilligersorganisaties. Na het bezoek aan het stadhuis zijn we doorgereden naar mijn geboortestad Midyat. Een oude stad met zeer diverse inwoners en eeuwenoude gebouwen. Er wonen vooral Koerden, Arabieren en Syrisch-orthodoxen. We hebben er verschillende kerken en kloosters bezocht.

artuklu

Hasankeyf

Onze laatste dag hebben we in Hasankeyf doorgebracht. Het is een antieke stadsvesting met een grote geschiedenis gelegen aan de rivier Tigris in de provincie Batman. Turkije is begonnen met de bouw van de Ilisu dam. Deze dam op de Tigrisrivier dreigt het historische stadje onder water te zetten. Hierdoor zullen veel archeologische schatten verloren gaan. In Hasankeyf werden we geïnterviewd door de lokale televisie Jian TV, op die manier hebben we ons project kunnen voorstellen aan de lokale kijkers.

Terug naar Diyarbakir

Laat op de avond zijn we vanuit Hasankeyf terug richting Diyarbakir vertrokken om van daaruit terug naar België te komen.

Het was een zeer educatieve reis waar ik met zeer veel overgave aan heb deelgenomen. Ons werk begint nog maar pas. We gaan starten met het schrijven van het boek ‘I know my rights’ dat we in 2016 willen uitbrengen en op die manier kinderen bewust maken van hun rechten inzake moedertaal.

Finci Yavuz, April 2015

finci copie

‘If we lose our language, we lose everything’: the politics of the Kurdish language in Turkey

By Yvo Fitzherbert

Banned for decades by the Turkish republic, the Kurdish language was on the verge of being lost. But with recent breakthroughs in Kurdish education, is the language now opening up?

kids schools diyarbakir  Photograph showing children studying at the Kurdish primary school, Ferzad Kemanger School, in Diyarbakır. Photo by Yvo Fitzherbert

This language was drowning in its wounds, but resisted death. And we, the children of that wounded language, we hurried, even so late, to rescue it from extinction –

Helim Yûsiv, A Kid’s History and Two Languages: A Memoir.

Helîm Yûsiv’s memoir is a history, a history of Kurdish, in Kurdish. For the Kurds, artificially separated by the borders of Turkey, Iran, Iraq and Syria; the battle for language has been at the forefront of their resistance. Language has always been an essential instrument in preserving culture, a way of understanding a people. And in Turkey, where the pressure on Kurdish has been at its worse, the agonising truth is that for many, Kurdish is a forgotten language. A language of the past. This reality is something which many are ashamed of. And for those that do know Kurdish, there is despair about how many don’t: “If we lose our language, we lose everything. Turkish has a completely different way of thinking compared to Kurdish,” a Kurdish friend called Rıdvan told me. “If we don’t know it, if we are assimilated, then this very assimilation is in fact not just changing what we think but how we think.”

In a café in Diyarbakir, I met a young Kurdish student called Fırat. He could not speak his mother tongue. “I am ashamed of this,” he said. “When I was volunteering on the Kobani border, a child asked how I could be Kurdish and not know the Kurdish language. I felt foreign.” To the child, language and identity were intrinsically linked, an inseparable union. And the child has a point, Fırat told me: “to not know Kurdish shows I am that much more assimilated, which, unfortunately makes me less Kurdish.”

An underground language

Kurdish was for many years a forbidden language. The publication and use of kurmanji, the main dialect of Kurdish, was strictly banned in 1924, and fines were imposed on anybody who dared to break this law. Because of this, Kurdish was confined to the household, a safe haven where they could freely speak their language. To many children, who left home in the morning and had to use Turkish at school, coming home and speaking Kurdish was a huge relief. The need for Turkish was obvious in order to get by in the public life, but Kurdish still retained prominence in the domestic sphere as this was the one area the State could not touch.

“In the past, we spoke Kurdish [at home] because our parents didn’t know Turkish,” Ziya told me, “but this is changing. A generation of Kurds has grown up whose entire education was Turkish; they will speak Turkish in the household.” Why will they not pass on the Kurdish tongue? The natural reproduction of language in the home is under threat as the level of Turkish is significantly higher than that of Kurdish. Even if kurmanji is spoken at home, very few know it as well as Turkish because they never had an education in it. “When I was a child, we only used 300-400 Kurdish words in our village because it was all we needed.” Ahmet, a Kurdish student, explained to me. “Now I’ve had had fifteen years of Turkish education. Which language do you think I am better at speaking?”

From 1924 onwards, Ankara refused to acknowledge a separate Kurdish language- or even a separate ethnicity. Their aim was to totally assimilate Kurds into the Turkish identity, and the Turkish state did this by refusing to recognise the existence of Kurds, instead referring to them as “mountain Turks” that had lost their language due to the inaccessibility of the mountains. “We were taught to think of our culture, Kurdish, as a sign of the uncivilised and unruly”, Mehmet, a Kurdish activist told me. “To get anywhere in this country, we have had to assume a Turkish identity. Even to speak Kurdish was seen as a sign of backwardness.” The repression of the Kurdish language by the Turkish state can be seen as a crucial component in the assimilation of Kurdish culture into Turkish society, creating a homogenised mono-linguistic identity. “If we lose our language, what do we have?” Mehmet continued. “Can we continue calling ourselves Kurdish if we only know Turkish?”

Even in Diyarbakır- an ancient fortress whose population of two million, swollen by refugees, makes it the largest Kurdish population centre in the world- Turkish is the language of the streets. “The sad reality of Diyarbakır is that assimilation policy aimed at crushing the Kurdish language has succeeded. I am confronted with Turkish from all sides,” a young Kurdish writer called Ömer Faruk Baran explained. “The first thing I think about when I wake up is whether I will think in Turkish or Kurdish today.”

Despite all this, there has been some improvement over the last decade. No longer are Kurds arrested for speaking kurmanji in public. There are Kurdish newspapers, Kurdish bookshops, even a Kurdish TV channel. Why has Ankara relaxed? Many Kurds point to the PKK and the armed resistance, whose refusal to bow down to state oppression has forced Turkish governments to look for other solutions. Others are more cynical. After two long decades of civil war, the Justice and Development Party (AKP) came to power with a fresh mandate in 2001. Their leaders- Recep Tayyip Erdoğan and Abdullah Gül – saw potential support within the Kurdish population and immediately began to campaign in the south-east. They emphasised Sunni Islam as a bond which united Kurds and Turks, whilst at the same time lifting restrictions on Kurdish civil rights and the use of kurmanji. A breakthrough in the 2007 elections, the AKP now regularly wins over a third of the Kurdish vote and is a serious threat to the dominant leftist-Kurdish party, DBP.

Kurdish education at Mardin Artuklu University                and the government

In response to Ankara’s newly liberal pose, Kurdish in making something of a comeback. A number of institutions have begun to flourish which promote the language. One such institution is Mardin Artuklu University. The “Living Languages Department” teaches Kurdish literature and language as a master’s programme. Set up in 2010, the programme was specifically designed to train Kurdish teachers for secondary school education. The provision of such education has long been a key demand of the Kurdish movement in Turkey; this government, it seems, has accepted the reform as inevitable if the peace process is to be successful.

From the moment the department opened in 2010, it has been a roaring success. More than 1000 students have graduated from the programme, creating a ready pool of trained Kurdish teachers waiting to be assigned schools to teach in. The widely-respected head of the department, Kadrı Yıldırım, is one of the first Kurdish professors in Turkey. As a man who comes from a religious background and who has no immediate connections to the Kurdish movement, Kadrı was ideal for the religious-minded AKP, who were wary of employing someone involved in Kurdish politics.

But the department’s relationship with the government turned sour when he was arrested at the end of November. Along with seventy-eight bureaucratic staff, Kadrı was detained on charges of corruption and spent five days in the police station. In an interview, Kadrı told me that during his arrest the only thing he was questioned about in terms of financial corruption charges was the 50TL charge for the students’ admission exam. “The government are basically trying to find a reason to arrest me. The reason I was taken by the police was political without a doubt,” Kadrı claimed. “They wanted to demean and discredit the name of this institute because our success is not pleasing to them.”

To Kadrı, this has been a long time coming. He believes he is being followed. “In the last few years, the police have demanded that my chauffeurs submit a report detailing who I have been meeting. They have been looking for an excuse to arrest me.”

After five days in jail, Kadrı was eventually released without charge. They failed to find a single charge against Kadrı which could warrant his dismissal from the university. Many of his students have been galvanised by the dramatic episode to press on with their research. “This department is vital for developing Kurdish language studies as a field,” Ahmet, a masters student at the department told me. “I see this as a direct form of resistance to the state’s suppression of Kurdish rights.”

Hunger strikers and the issue of Kurdish teachers

Such acts of resistance took a more forceful approach in August, when eighteen graduates from the department went on hunger strike in Mardin. “We were protesting because the government had failed to follow through on its promise of providing us schools to teach Kurdish at,” Ömer Öncel, one of the hunger strikers told me. After eight days, the government conceded, and finally assigned schools to eighteen teachers- the first Kurdish teachers ever to be employed in Turkey’s state schools.

Whilst the employment of these eighteen teachers was greeted by many as breakthrough for Kurdish education, critics claim it is no more than tokenistic. Mikail Bülbül, the deputy director of the Kurdish program, claims that “employing 18 teachers when there are more than a thousand waiting isn’t exactly a very good record; it raises serious questions about this government’s commitment to integrate Kurdish into the school system.” Mikail and Kadrı’s suggest that the only way to secure progress is to keep fighting. Mikail added, “The hunger strikes were a success. They refused to give up their protest until appointments were made. The very fact that appointments were then made shows that Kurds have to force the issue.”

Why did the government turn against the department? Mikail says the government is not yet ready to give the academy full independence. “They want the department and the studies to be close to them ideologically as a means to control universities.” And this is the point: Kadrı Yıldırım represented to the AKP ideologues someone who could fit into their ideological narrative of a religiously-conservative society. Kadrı and his colleagues, however, refused to play this game when they challenged this government on their failure to appoint any Kurdish teachers. It is clear that the AKP are happy to make some new concessions to the Kurds- such as the establishment of this department- but only on their terms.

Ferzad Kemanger School

Alongside Mardin Artuklu University, there are many other projects which are promoting Kurdish language education. Ferzad Kemanger School, a primary school in Diyarbakir, is one of three schools which were set up in September to teach all subjects in Kurdish. Around 130 children have enrolled here, including 50 refugee children from Kobani. As I sat down in the principal’s office, a young man strode into the room, beaming, with arms outstretched. “How can I send my child to this school? I want my child to have a Kurdish education.”

Ferzad Kemanger School, along with two other schools in the towns of Cizre and Yüksekova, are a new departure for the Kurdish movement. Many of the teachers have a background as Turkish teachers; as rules loosened, they applied to study at the Kurdish language institute, Kurdî-Der. One teacher, Şeymuş, described teaching in Kurdish as a “dream come true.” The Democratic Society Congress (DTK), which helped fund these schools, plans to introduce more. “These are just pilots: if successful, the programme will be rolled out across the Kurdish-speaking areas of Turkey”, a member of the language commission of DTK explained. “Eventually all Kurdish children will have the option of a Kurdish education.”

The police attempted to close the Ferzad Kemanger School in the first few weeks of its opening in September; however, they quickly backpedalled and allowed it to continue. Kurmanji, confined for so long, is now exploding into the public sphere. The language commission of the DTK plan to introduce Kurdish signs and instructions on 21st February, which is World Language day: “We will instruct all municipality workers to write and use Kurdish. Bills will be written in Kurdish as well as street signs. We will make our cities noticeably Kurdish cities.”

Such a project by DTK is an attempt to bring Kurdish into the public eye, and many believe the government will have no choice but to accept it. The increasingly vocal support for Kurdish education shows the growing importance that kurmanji retains in Kurdish minds. To them, it is a constant assertion of what separates them from the Turks.

And as this momentum for Kurdish education continues, there is mounting pressure on the government to show their commitment by taking the initiative. The appointment of Kurdish teachers, arrest of Kadrı Yıldırım, and the establishment of Ferzad Kemanger School embarrassed the government. They attempted to close the school and silence the hunger strikers, but failed. The reason they failed is because Kurdish language education is a natural concession the government has to make in the peace process. To crush such developments would be a sign of renegading on the peace process. For the Kurds there is a new-found self-belief. As Selim Temo, a distinguished Kurdish writer based in Mardin, told me, “the government started to allow us to speak Kurdish because they knew they couldn’t oppress us for ever. Nothing will stop the natural development of Kurdish now.”

Yvo Fitzherbert is a writer based in Istanbul where he writes on Turkish and Kurdish politics. He has previously written Kurdistan and self-determination: How the “other” Kurds are fighting for a democratic revolution for Contributoria. Follow him on Twitter at @yvofitz

Creative Commons License
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial 4.0 International License.

UJ partnerem projektu na rzecz praw młodzieży kurdyjskiej

 Uniwersytet Jagielloński został partnerem realizowanego przez Instytut Kurdyjski w Brukseli projektu dotyczącego praw człowieka i adresowanego do młodzieży kurdyjskiej w Turcji i Europie.

Pod koniec października w Brukseli miało miejsce pierwsze spotkanie projektu Ez mafe xwe dizanim! (Znam swoje prawa) – prowadzonego w ramach programu Erazmus Plus, którego partnerem jest Pracownia Studiów Kurdyjskich Zakładu Iranistyki Instytutu Orientalistyki UJ. Projekt ma na celu przygotowanie skierowanego do młodzieży podręcznika dotyczącego praw człowieka, ze szczególnym uwzględnieniem praw do posługiwania się jezykiem ojczystym. Głównym koordynatorem jest Instytut Kurdyjski w Brukseli, a pozostałymi partnerami mająca swą siedzibę w Niemczech organizacja pozarządowa Pro Humanitate oraz działająca w Turcji organizacja promująca edukację w języku kurdyjskim – Kurdi Der.

W ramach dwuletniego projektu zostaną zrealizowane warsztaty i praktyki dla młodych członkiń i członków kurdyjskich organizacji pozarządowych, a także międzynarodowa konferencja naukowa poświęcona problemowi języków mniejszościowych. Z ramienia Uniwersytetu Jagiellońskiego w spotkaniu wzięli udział dr Joanna Bocheńska oraz mgr Karol Kaczorowski – członkowie zespołu badawczego “Jak uczynić głos słyszalnym? Ciągłość i przemiany kurdyjskiej kultury i rzeczywistości społecznej w perspektywie postkolonialnej” (www. kurdishstudies.pl) finansowanego w ramach programu SonataBis1 Narodowego Centrum Nauki. Pracownia Studiów Kurdyjskich została zaproszona do projektu, jako jedna z bardzo nielicznych instytucji naukowych zajmujących się kurdyjską rzeczywistością społeczną i kulturalną. Jej zadaniem w projekcie będzie zapewnienie konsultacji dotyczących specyfiki kultury kurdyjskiej oraz jako pomoc w ewaluacji planowanych przedsięwzięć.

tekst: Karol Kaczorowski